Hunting

Jachtproef Venables 2004

Vrijdag 26 november, raar hoor, de auto 'laden' maar dan zonder basset-beautycase en trimtafel. Wel een tas met laarzen, waxkleding, handschoenen, sjaal en oorwarmers.
Op naar Venables, voor een eerste officiële jachtproef. Drie van m'n meiden zijn uitverkoren om mee te mogen: Farouche, Honnête en Nadège. Pareil heb ik wel ingeschreven maar ik durf hem nog niet mee te nemen, hij is zo'n doldwaze komiek. Miloutje mag niet, ook al zou ze een supertalent zijn: die valt in Frankrijk in de categorie 'te oud'.
Ondanks dat we niet echt veel (echt niet veel) geoefend hebben, ben ik toch voorzichtig optimistisch. Als ik bedenk hoe ze thuis de buurtkatten bejagen, hoe snel ik één van onze 'winkelkonijnen' voor hun neus weg moest grissen .... , we zullen wel zien.
Bij Oosterhout tref ik Marie-José en Yolande, en tuffen we als 'tandem' verder.


Pit-stop onderweg voor een basset-body-work-out, een bakkie blowen en een broodje bijten.

Rond 16.00 uur in de middag bereiken we het hotel in Evreux.

Snel ons boeltje installeren, dan kunnen we voordat we naar Huest gaan om vast sfeer te proeven en de uitslagen van die vrijdag bij te wonen, nog vlug even naar de Intermarché voor wat snipsnapsnaren en een volle tank.
Het had niet veel gescheeld of ik had de bebouwing daar opgeblazen. Er was één pomp waar niemand stond, dus daar gauw naar toe: avec carte. Ik maar duwen en duwen met m'n credit card, maar nee, dat werkte niet. 'T moest een speciaal pasje zijn en dat had ik niet.
Rap achteruit naar een andere pomp tot ik wat herrie hoor: oeps, de slang staat als strak gespannen veer tussen de pomp en de auto. Ik kijk snel om me heen, gelukkig heeft niemand het gezien, maar ik doe het bijna in m'n broek.

In Huest druppelen steeds meer mensen de 'jachthut' binnen. Er hangt een gezellig sfeertje en de open haard knettert vrolijk. Nadat les résultats zijn doorgenomen, gaan we allemaal terug naar het hotel om gezamenlijk te eten.

We duiken niet al te laat ons mandje in, want we moeten morgen op tijd in de startblokken staan om de colonne die naar Venables rijdt niet te missen.
Dat gaat gesmeerd, en tegen achten parkeert iedereen zijn auto bij het jachtterrein. Het is al bijna licht, droog en absoluut niet koud. Gelukkig, dan kunnen we de hele dag lekker buiten zijn.

Er komt iemand langs met een petje met dichtgevouwen papiertjes: de lot-nummers. Ik hoop dat ik niet als eerste moet.
Huh, ik trek nummer 8, het laatste lot! Krijg het benauwd, dat is zo ongeveer van 16.00 uur tot 17.00 uur, dan wordt het al bijna weer donker.

Halverwege het zevende lot steek ik de Oeteldonkse meute in jachttenu. We mogen de gekleurde jachtbanden van de Poldermeisjes lenen, evenals het jachtbelletje van Terra. Dat verhuist naar het halsbandje van Desje.
Far zal de spiksplinternieuwe blauwe band van Guus inwijden, hij heeft de zijne verloren tijdens de proef.


Even later krijgen we instructies waar we moeten beginnen. Yolande zal me officiëel bijstaan en Marie-José zal stiekem als stille kracht fungeren.
Frans murmelt net luid genoeg dat hij dicht bij ons startpunt verse everzwijnsporen heeft ontdekt, de grond daar is pas omgewoeld. Goh, dat doet m'n gemoedsrust goed, ik was tot dan toe helemaal niet gespannen.















Als even na vieren de chips zijn afgelezen en de kleuren van de banden zijn gecheckt mogen we los. Ik baan me samen met Yolande een weg door de struiken, meer naar het hart van het bos toe.
De hondemeisjes blijven op het pad hangen. Wij roepen ons schor, totdat Marie-José ze letterlijk en figuurlijk een zetje komt geven. Jippie, daar komen ze, kom op dames, zoek ......
Ze hobbelen vrolijk rond, snuffelen wat links en rechts maar echt professioneel ziet het er niet uit. Ze volgen keurig de smalle paadjes, de dichte dekking zoveel mogelijk ontwijkend. We blijven ze aanmoedigen, zoekzoek .... zoekzoek. Eén van de keurmeesters vind het wel vermakelijk en vraagt zich af wat we toch telkens roepen. Ook is hij onder de indruk van ons soepele geklauter over een paar omgevallen boomstammen.
Ik wals zelf maar wat door de bramen, misschien stap ik op een konijn....De honden vermaken zich intussen opperbest.
Ze blijven goed bij elkaar, ook als Far het meer aan de andere kant van het bos heeft ontdekt.
Zij gaat als eerste te water, en zwemt er lustig op los: diploma B zou ze met gemak halen. Plons, daar gaat Honnête, de lomperik. Desje laat zich gracieus zakken, en peddelt voorzichtig een stukje uit de kant.

Als de troep weer op het droge is blijven we verwoede pogingen doen om de dames 'op het goede spoor' te krijgen.
Die hebben heel andere belangen: een grote rotte vis. Far rolt zich verheerlijkt over het dooie beest. Lekker glad is 'ie, da's beter dan jezelf telkens te moeten bevrijden uit de stekels van de bramenbrij. Ze stort zich nogmaals op de stinkende massa. Desje volgt haar voorbeeld, maar gelukkig kan ik Honnête nog net tegenhouden.
We krijgen ze weer in het gareel en laten de vis achter ons.
Dan peert Honnête er ineens tussen uit. Ze gaat richting pad, en vertikt het om terug te komen.
Op hetzelfde moment horen we vanaf het pad onheilspellende Franse kreten: 'SANGLIERS', gevolgd door Nederlandse stemmen die 'HONNÊTE HIERRRRRRRRR' roepen.
Mijn god, ik krijg een hartverzakking: ze zit toch niet achter de everzwijnen aan??!!
Ook Yolande kijkt geschrokken. Desje en Far staan vlak bij ons; we lijnen ze direct aan.
Vervolgens maai ik me als een idioot een weg door de bramen. Als ik al struikelend het pad heb bereikt, zie ik iedereen naar een keurig geploegde akker turen.









Heel ver in de verte zijn nog net 4 stipjes te ontwaren: het zijn everzwijnen en ze worden niet achtervolgd. Pffffff, ik slaak een zucht van verlichting, Honnête loopt iets verderop op het pad.
Ik krijg haar vlot te pakken en direct daarna worden we ook afgeblazen. Heel fijn, we hebben ons portie wel gehad, en het begint al schemerig te worden.

In no time heeft iedereen z'n honden ingeladen en vertrekken we naar Huest voor de uitslagen. Ik grinnik al bij voorbaat.
In elk geval hebben we voldaan aan de Olympische gedachte, daarbij hebben de hondemeisjes het reuze naar hun zin gehad en zijn ze ongeschonden uit de strijd gekomen. Zij wel, mijn kop en m'n ene oor zitten vol schrammen.
Als de meiden en ik s'avonds op bed liggen lijken zij het feestje van die middag al vergeten te zijn. Dat zal mij niet lukken: m'n rechteroor gloeit en Far d'r poisson-parfum is niet te harden.
Jaja, jagen, je moet er wat voor over hebben. We gaan in het nieuwe jaar hard trainen, want we willen niet nog een keer als carnevaleske meute de geschiedenis in gaan.